Interieurstijlen

Natural living is de rustigste interieurstijl van dit moment

· 4 min leestijd

Je woonkamer voelt de laatste jaren misschien een beetje als een showroom. Strak, functioneel, instagrammable, maar niet bepaald een plek om in weg te zakken na een lange dag. Daar komt verandering in. Natural living is de interieurstijl die binnenhuisarchitecten en woonbladen dit jaar het vaakst noemen, en in tegenstelling tot veel trends die na een paar maanden weer verdwijnen, voelt deze aan als een logische volgende stap na jaren van minimalisme.

Dit is de kern van natural living

Natural living draait niet om een strakke stijlgids met verplichte kleuren en meubels. Het is meer een manier van wonen waarbij je huis de drukte van buiten buiten houdt. Centraal staan vertraging, balans en een zichtbare verbinding met de natuur. Geen felle kleuren, geen harde randen, geen glimmend chroom, maar materialen en vormen die je associeert met buiten: hout, steen, linnen.

De stijl leunt op dezelfde filosofie als wabi-sabi, waarbij imperfectie en eenvoud juist de charme vormen. Een knoest in het hout of een oneffenheid in het leer is geen fout, het is bewijs dat iets echt is.

Deze aardse kleuren vormen de basis

Vergeet stralend wit en koud grijs. Natural living werkt met een palet dat rechtstreeks uit de natuur komt: taupe, terracotta, zand, olijfgroen, salie en karamel. Deze kleuren hebben iets gemeenschappelijks, ze reflecteren minder licht dan felle tinten en geven een ruimte daardoor meteen een warmere, rustigere uitstraling.

Je hoeft niet je hele woonkamer opnieuw te schilderen om dit effect te krijgen. Een paar kussens in olijfgroen, een vloerkleed in zandtinten en een houten dienblad op de salontafel doen al veel. Bouw de kleuren laagje voor laagje op in plaats van alles in één keer te vervangen.

Hout, linnen en rotan doen het eigenlijke werk

Waar kleur de sfeer zet, zijn materialen de echte motor achter natural living. Denk aan hout met zichtbare nerf zoals eikenhout, walnoot of verweerd teakhout, natuursteen met kleine oneffenheden, wol, linnen en handgeweven textiel. Rotan, lange tijd verbannen naar de tuin, is terug in de woonkamer in de vorm van lampenkappen, manden en stoelen.

Het belangrijkste verschil met klassiek Scandinavisch wonen is de textuur. Waar Scandi vaak glad en licht aanvoelt, mag natural living best wat ruwer zijn. Je ziet de structuur van het hout, je voelt de vezel van het linnen. Dat maakt een ruimte minder perfect, maar wel een stuk persoonlijker.

Zo pas je de stijl toe zonder dat het een botanische winkel wordt

Het risico van natural living is dat je huis eindigt als een verzameling rieten manden en droogboeketten. Houd het beheersbaar door op drie plekken te beginnen: de bank, de vloer en de verlichting. Vervang een fel gekleurde bank door iets in linnen of bouclé in een aardse tint, leg een vloerkleed van jute of wol neer en kies lampen met een kap van rotan of papier in plaats van metaal.

Wil je meer structuur in je interieur zonder dat het druk wordt, kijk dan ook hoe je verschillende oppervlakken combineert. In dit artikel over materialen mixen lees je hoe je textuur gebruikt zonder dat je woonkamer een rommeltje wordt.

Planten horen er natuurlijk ook bij, maar liever drie goed verzorgde grote planten dan tien kleine die binnen een maand verpieteren. Een vijgenboom of een monstera in een pot van gebakken klei doet meer voor de sfeer dan een rek vol miniplantjes.

Twijfel je waar je moet starten, loop dan deze vier stappen af in je eigen woonkamer:

  • Vervang één opvallend, koud object (metalen salontafel, glanzende lamp) door iets in hout of keramiek
  • Voeg minimaal twee verschillende texturen toe aan de bank, bijvoorbeeld een linnen plaid over een bouclé kussen
  • Kies voor warm, indirect licht in plaats van felle plafondspots
  • Laat houtnerven en natuursteen onbehandeld in plaats van hoogglans te lakken

Natural living combineert soepel met andere stijlen

Een van de redenen dat deze stijl zo snel terrein wint, is dat hij zich makkelijk laat combineren. Scandinavische en Aziatische invloeden werken er goed mee samen, omdat beide stijlen al leunen op minimalisme en natuurlijke materialen. Heb je al een donkere japandi-woonkamer, dan voeg je natural living simpelweg toe door de donkere tonen af te wisselen met lichter hout en linnen.

Ook met een klassieker, warmer interieur mengt de stijl prima. Je laat gewoon de glimmende materialen weg en vervangt metaal door mat afgewerkt hout of keramiek.

Waarom deze stijl nu pas echt doorbreekt

Er is een duidelijke aanleiding voor de opmars van natural living. Mensen brengen nog steeds veel meer tijd thuis door dan een paar jaar geleden, en een huis moet daardoor meer doen dan alleen mooi staan op een foto. Onderzoek naar biophilic design laat al jaren zien dat natuurlijke elementen in een ruimte stress verlagen en het herstelvermogen van je brein ondersteunen. Natural living is in feite de interieurvertaling van die bevinding.

Het mooie is dat je niet in één keer moet overstappen. Begin met één hoek van je huis, voeg een paar natuurlijke materialen toe en kijk hoe dat voelt. De kans is groot dat je daarna zelf niet meer teruggaat naar glad en glimmend.

H
Geschreven door Hanne Maes Duurzaam Interieur Stylist

Hanne werd duurzaam bewust toen ze op haar eerste werkdag bij een grote meubelketen ontdekte hoeveel retourmeubels er simpelweg vernietigd werden en besloot dat ze daar niet aan wilde meewerken. Ze stapte over naar een klein Belgisch label dat zich richtte op circulair design en bouwde daarnaast een blog op over duurzaam interieur. Haar artikelen bewijzen keer op keer dat een ecologisch verantwoord interieur minstens zo mooi kan zijn als een conventioneel ingericht huis en vaak zelfs karaktervoller. Ze schrijft met passie en overtuiging maar zonder vingertje wijzen, want ze gelooft dat inspireren effectiever is dan beschuldigen. In haar vrije tijd bezoekt ze kringloopwinkels in heel Vlaanderen op zoek naar vergeten design-pareltjes die een nieuw leven verdienen.